tf072, a review (13)

voortgekomen uit de overblijfselen van 80’s cold wave legende mekanik kommando, creëerden the use of ashes uit nijmegen, nederland, hun eigen donkere, maar wondermooie wereld, gebrouwen met ingrediënten als krautrock, folk, psychedelica en drones. sinds 1988 hebben ze al meer dan 10 albums op hun actief. op “white nights: glowing lights”, het vervolg op het donkere en droney “white nights: the hand of tzafkiël”, grijpen the use of ashes onbeschroomd helemaal terug naar jaren ’60 psychedelische rock en acid folk. we denken aan syd barrett en vroege pink dloyd (“grantchesters meadows” van “ummagumma” uit 1969 kan gemakkelijk fungeren als blauwdruk voor meerdere songs op dit album), aan sixties acid folk als pearls before swine en the incredible string band. aan ravi shankar ook (sitarklanken duiken namelijk ook af en toe op), aan krautrockbands als tangerine dream (luister maar eens naar het kosmische, instrumentale 7,5 minuten durende “9 glowing lights”, de langste track van dit album) en aan psychedelische pop/rockgroepen als marmalade, kaleidoscope, aphrodite’s child, the moody blues (om er maar een paar te noemen want de lijst is eindeloos). als we ons wenden tot het postpunk genre zijn vergelijkingen met paul roland, legendary pink dots, in gowan ring en genesis p. orridge zeker gerechtvaardigd.
instrumentaal maken the use of ashes gebruik van gitaren, allerlei orgels en vintage analoge synthesizers en instrumenten als citer, sitar, tablas en bouzouki voor het creëren van uitermate experimentele en psychedelische muziekjes, heel dromerig en folky met veel akoestische gitaar en af en toe oosterse (sitar)klanken (luister maar eens naar “kiss the light”) en aan de moody blues refererende mellotron-melodieën. op de foto op het cd binnenhoesje poseren de bandleden als waren ze the beatles die juist van de maharishi terugkomen. de lyrics zitten vol nauwelijks verhulde verwijzingen naar druggebruik zoals in “forever comes with the morning”: incense and a mushroom pie/ kiss the light/ the second smile of heaven/ make me see what you have in store for me/ when forever comes with the morning/ in a sunny white sky light. of wat te denken van falling from the sky/ do not fear, do not fear again/ it’s not dying/ it’s like flying. (in “falling from the sky”). de jongens van the use of ashes leven tegenwoordig blijkbaar in een onbezorgde, onbekommerde, kleurrijke (roes?)wereld in harmonie met de natuur: it’s a crystal ride/ picking daisies/ on a lazy daisy day/ you and me and a humming honey-bee/ on a lazy daisy day zingen ze in “lazy daisy day”, een nummer vol vogelgeluiden, dat begint met insectengezoem (we denken nog maar eens aan pink floyd en hun “grantchesters meadows”). in totaal staan er 18 tracks op dit album (46 minuten speelduur), de laatste track “endstille” is echter gewoon – u raadt het al – een minuut stilte.
dit is gewoon een pracht van een plaatje, maar opgepast: in tegenstelling tot het eerdere – donkere - werk van de groep is dit eerder bestemd voor liefhebbers van zweverige, in hasjdampen gehulde sixties psychedelische hippiemuziek dan van de zwartgallige new wave/postpunk/gothic van een paar decennia later. open your mind, want ook uit die periode valt heel wat moois te rapen. the use of ashes hebben het ook al door. we zijn al vast heel benieuw naar het volgende, derde, deel in de ambitieuze “white nights” reeks. 9/10.

source: dark entries

tf060, a review (6)

an ambient record, as good as many others, and by no means something special. i think theo travis (gong, tangent, etc.) and dirk serries (fear falls burning) can make every day such a record, while whistling. well, there's still a problem of distribution expenses, so they don’t. back in 1978, when brian eno recorded his first ambient album - “music for airports”, it was exciting. not the music itself of course, but how it will find the public, and will the public find it at all. will this music just disappear in the surrounding us noise or people will prefer electronic sounds to the real world? eventually the ambient music and public have found each other. every one and then there appears still another record in the stile, but it never is really interesting since then. i am actually a listener of the ambient music. when I need to think hard, or when i look for a total relaxation, i look for it in my collection. “the tonefloat sessions” will find the right place there, next to other ambient records. i will even listen to it once in a while, since it is a good and highly professional ambient music, but there’s really not very much more to tell about it. however, i am still curious what the collaboration of theo travis and robert fripp will bring. for the lack of originality, 5 from 10.

source: rockadvice

tf072, a review (12)

het nijmeegse the use of ashes, voortgekomen uit het reeds lang geleden ter ziele gegane mekanik kommando, maakt al ruim twintig jaar experimentele psychedelische folkmuziek. hoewel veel van hun werk in gelimiteerde uitgave op vinyl is verschenen bij het rotterdamse label tonefloat, brengt de band met enige regelmaat ook materiaal uit op cd. zo staan elders op deze site besprekingen van “ice 67” uit 2004 en de re-issue van de debuutplaat, “the castle of fair welcome” (1988). tevens heeft de band nu een tweetal platen op zowel cd als vinyl uitgebracht onder de noemer “white nights”, een project dat nog verder ontwikkeld zal worden. zoals ook voorgaande albums lovend besproken werden op progwereld, verdient ook het hier besproken deel van voornoemde cyclus, “glowing lights”, een positieve recensie – weliswaar met een aantal aantekeningen.
met het “white nights” initiatief, dat zijn aanvang kent in “the hand of tzafkiël” (2008), keert the use of ashes terug naar de experimentele semi-akoestische stijl van hun eerste plaat, waarbij ik eerder al referenties als porcupine tree, no-man, pink floyd, kraftwerk, the beatles en tortoise noemde. hoewel “ice 67” duidelijk herkenbaar is als een product van het gezelschap, was dat album meer elektronisch georiënteerd dan eerdere releases. op “glowing lights” is slechts weinig van deze tendens te bespeuren. wellicht heeft de hernieuwde exploratie van de oude stijl te maken met de terugkeer van simon van vliet, die immers ook deel uitmaakte van mekanik kommando en de eerste incarnatie van the use of ashes. hoe het ook zij, “glowing lights” ontbeert de contemporaine invloeden die “ice 67” zo geslaagd maakten.
desalniettemin is “glowing lights” niet zomaar een ongeoorloofde herhalingsoefening: ondanks de gedeeltelijke terugkeer naar een reeds eerder geformuleerd idioom is de muziek nog voldoende intrigerend om het uitbrengen van het album te legitimeren. dit is te danken aan twee factoren: ten eerste is de sfeer van de plaat consequent uitgewerkt, wat wellicht verrassend is gezien het feit dat het album met achttien nummers slechts 45 minuten beslaat. omdat de plaat in zoveel losse nummers is onderverdeeld, is het vanwege deze coherentie interessanter om de muziek als volledig geïntegreerd te beschouwen. ten tweede zijn er wel degelijk nieuwe elementen in het geluid geïntroduceerd, hoewel deze nieuwe accenten subtieler zijn verwerkt en daardoor minder acuut nieuw klinken dan de elektronische teneur van “ice 67”. zo is een aantal nummers opgebouwd rondom een drone (een aanhoudende toon in een compositie; in veel oosterse muziek is de drone een vaste waarde in een compositie). bovendien wordt er gebruik gemaakt van indiase raga’s, zoals in stranger in paradise, soms inclusief sitarbegeleiding, zoals in kiss the light – waarbij binnen de context van deze muziek het verband met “sgt. pepper’s lonely hearts club band” snel gelegd is. ook zijn er momenten waar de gitaar net wat meer vervorming heeft of net wat dissonanter is dan we gewend zijn bij deze muziek, waardoor de lieflijke klank soms een aangenaam scherp randje krijgt. deze nieuwe invloeden houden de muziek toch interessant voor luisteraars die reeds goed bekend zijn met het werk van het gezelschap.
toch werpt zich de vraag op of de muziek niet nog spannender of sterker zou zijn geweest als de band nadrukkelijker nieuwe elementen aan de muziek had toegevoegd. hoewel “white lights” een uitstekende demonstratie is van het kenmerkende naïef-melancholische geluid van the use of ashes en wel degelijk vernieuwend is ten opzichte van eerdere uitgaven van de groep, ontbreekt de spanning van het nieuwe die “ice 67” kenmerkte. als zodanig roept het album een dubbel gevoel op: enerzijds is dit een uitstekend voorbeeld van de stijl van het gezelschap, maar anderzijds lost het niet geheel de belofte in die met “ice 67” gedaan werd.
“glowing lights” is daarom wellicht vooral geschikt als introductie voor mensen die the use of ashes nog niet kennen – doch tegelijkertijd is de kwaliteit van het gebodene wel dusdanig hoog dat het album zeker ook de interesse moet kunnen wekken van mensen die eerder al de muziek van dit sympathieke ensemble hebben leren waarderen. derhalve is “white nights: glowing lights” ondanks de hier geplaatste kanttekeningen zeker de moeite van het beluisteren waard.

source: progwereld

tf072, a review (11)

onze noorderburen van the use of ashes doen al twee decennia lekker hun zin, zonder zich iets aan te trekken van trends en genregrenzen. die mentaliteit zint ons wel. ook op white nights: glowing lights wordt er duchtig gebricoleerd en geëxperimenteerd. een greep uit de ditmaal verwerkte invloeden: folk, ambient, progrock, krautrock, drones, pop, psychedelica. de 18 nummers op dit album teren dan ook niet zozeer op sterke melodieën, het zijn vooral oefeningen rond structuur, sfeer en geluid. geen evident luistermateriaal, zeker omdat de plaat toch wat richting mist. white nights: glowing lights is wel avontuurlijk en met momenten boeiend, maar je vindt er geen houvast.

source: rifraf

tf077, a review (21)

3 seconds of air is a three piece ambient outfit from the netherlands. they utilise two electric guitars and a bass to weave subtle and beautiful atmospheres on their debut release, the flight of song.
first up, this is the sort of fare where the instruments are sufficiently lathered in special effects – in particular delay and reverb – that one does not really imagine them as instruments first, but just as pure sound. this is particularly true for the guitars, which arc, dive, drift, and bank like clouds across the sky. the bass is a little more distinct, dropping periodic single notes that hang out over the sonic skyscapes, anchoring the tonality of the music and providing it with a sense of direction.
this is seriously meteorological music. each of the guitars sounds like the front of a pressure system, or storm heads in the distance, or drizzle, or snow gathering momentum. they dance and duel languidly, with the bass calling the moves as it stolidly dictates the tonal palette of the guitarists’ exchange. recorded live in a chapel, there is a really rich reverb-ambience to the album, the kind that can only be achieved by recording in a perfect acoustic space. this adds a lot to the experience of the music.
what I particularly like about this album is the use of dissonance. the guitar parts play endlessly with harmony and disharmony; sometimes their respective arcing sounds will cohere beautifully, but sometimes they clash jarringly. the effect is to conjure the idea of different weather systems coming into contact – two different pressure fronts, two different bodies of clouds, and so forth. the result is a very dynamic feeling, stately and mercurial like the clouds and weather that this music evokes so strongly for me.
in short then, each of the pieces has a strong personality and character, with each instrument playing a distinct role or even several roles (all of the tracks are rather long). for atmospheric ambient music that verges on the indistinct this flavour of personality is very well realised and adds a lot to the experience.
the band’s label, tonefloat, has also released this album on vinyl with an additional track and a remix by steven wilson of porcupine tree, so there’s another reason to pick up a copy!
all in all this is elegant, sophisticated, and pristinely beautiful music. 3 seconds of air should be very proud indeed.

source: heathen harvest

tf072, a review (10)

the use of ashes is een trio uit nijmegen dat blijkbaar aan zijn zeventiende release toe is. hoog tijd voor een kennismaking dus. De luchtige, zwevende stukjes op 'white nights: glowing lights' zijn opgetrokken aan de hand van akoestische gitaren, sitars, tablas, orgels en oude synthezisers. het zachte timbre van peter van vliet en maarten scherrenburg, vaak in samenzang, maakt de tracks nog dromeriger. de relaxatie-ceedees in gezondheidsshops, blokkers en kruidvaten zijn kut, maar the use of ashes does the trick. en dat is geen ironie. de achttien nummers op 'glowing lights' zijn heel gevarieerd, vaak combinerend op akoestische klanken en lichte synthwolkjes, en tijdens de rit komt heel wat psychedelica en folk voorbij. heerlijk wegkabbelende muziek, waarbij je zelden opgeschrikt wordt (misschien "stiller berg").

source: dreun

tf072, a review (9)

the use of ashes sono nati dalle ceneri dei mekanik kommando alla fine degli anni 80. all'inizio una sorta di progetto personale del solo peter van vliet, sono diventati nel tempo un trio con l'ingresso nel gruppo di simon van vliet e di maarten scherrenburg. la musica degli olandesi è una psichedelica che mescola elementi di folk e detriti della società post-industriale attingendo in qualche modo tanto alla carica visionaria dei pearls before swine quanto al romanticismo fuori dal tempo dei this mortal coil.

"white nights: glowing lights" segue di un anno "white nights: the hand of tzafkiël" e raccoglie diciotto frammenti in forma di canzoni pop per quarantacinque minuti di durata. chitarre acustiche, percussioni e vecchi sintetizzatori analogici creano le basi per i testi di Scherrenburg e van Vliet che si imbrigliano tra ballate sghembe alla syd barrett, atmosfere eteree alla slowdive e acquarelli ambient alla eno. tre delle diciotto canzoni in scaletta sono presenti solo sulla versione in cd.

source: ondarock

tf072, a review (8)

listening to the use of ashes' white nights: glowing lights, i'm reminded of nothing less than songs such as “the gnome,” “matilda mother,” “scarecrow,” “bike,” and “see emily play” from the piper at the gates of dawn, the 1967 debut album by syd barrett-era pink floyd (that's a compliment, by the way). in white nights: glowing lights' eighteen short songs, the use of ashes members peter van vliet, simon van vliet, and maarten scherrenburg instill a similarly trippy and psych-folk vibe into their own oblique song constructions (song titles alone “the sky-cracked children,” one example of many—convey as much all by themselves). like prototypical barrett songs, the album's settings veer off on unexpected melodic tangents, and do so with gentle vocals accompanied by eccentric instrumentation (tabla, organ, sitar, mellotron, flute, glockenspiel, analogue synthesizer, zither) as well as more conventional guitar and keyboard sounds.

the first song alone, “morgenstern (the umbrella jigsaw man),” tells the tale. after an opening oboe melody, the vocalists sing “take off your hat / take off your hair and skin / let me see what's within” while kettledrums pound and a mellotron whispers in the background. the gentle vocal harmonies heard in “stranger in paradise,” “forever comes with the morning,” “the prince with the golden hair,” “white dream,” and many other songs make clear that the group's sound has little in common with the freak-folk of animal collective and its ilk; instead, the use of ashes feels closer in spirit to simon & garfunkel (on vocal grounds) and daevid allen-era gong than to any contemporary psych-folk ensemble. “lazy daisy day” is as pastoral and peaceful as its title suggests, the brief diversion “white night” offers a field recordings-and-organ sound collage, and “9 glowing lights” unspools nearly eight droning minutes of ambient swirl. needless to say, the album (preceded by the hand of tzafkiël, the new collection is the second volume in a cycle of interconnected releases) also comes as a surprise for being issued by tonefloat, the netherlands-based label best known for its dirk serries and fear falls burning releases. certainly those albums, as distinguished as they are, include little of the luminous and floating qualities that give white nights: glowing lights such a refreshingly dream-like character.

source: textura

tf063, a review (11)

de output aan dronend muziekmateriaal van dirk serries (ex-vidnaObmana, zie ook onder meer 3 seconds of air) is voor de reviewer nauwelijks bij te houden. gelukkig gaat in zijn geval de kwantiteit geenszins ten koste van de kwaliteit. het gaat hier in dit geval trouwens niet om nieuw materiaal, maar om de heruitgave op cd van een vinylplaat uit 2006. “the carnival of ourselves” was het eerste full-length album na het debuut dubbel-album “he spoke in dead tongues” (2005). omdat deze release indertijd strikt gelimiteerd was en dus direct uitverkocht (en de vraag naar een heruitgave groot), beslisten tonefloat en fear falls burning om het album opnieuw uit te brengen op cd met een nieuw cover design en een bonus track. het schijfje zit in een stel deluxe mini album cardboard sleeves met prachtige foto’s van vervallen gebouwen van de hand van martina verhoeven.
we horen de typische fear falls burning ‘vintage guitar drones’ (real-time opgenomen gitaarakkoorden in combinatie met pedalen, effecten en tapeloops) in drie lang uitgesponnen geluidscollages van ambiente gitaarklanken met een repetitief karakter en langzaam verschuivende klankpatronen. vooral de eerste, erg spooky track van dit album vind ik enorm goed. dit is het soort minimalistische drone-muziek waarbij het heerlijk wegdromen is. na deze twee net geen 20 minuten durende dronescapes (in feite dus “the carnival of ourselves kant a” en “the carnival of ourselves kant b” van de vinylplaat), volgt de 28 minuten durende extra track “and the land torn down”, die op 16 mei 2006 live te hamburg werd opgenomen. het is een vrij kosmisch klinkend dicht dronetapijt vol echoënde feedback. mooi!

source: dark entries

tf064, a review (8)

nog een heruitgave van een vinylplaat uit de beginperiode van fear falls burning. hetzelfde verhaal als voor de cd-heruitgave van “the carnival of ourselves”, waarmee deze cd samen verscheen. ook deze keer worden de twee net geen 20 minuten durende dronescapes (kant a en b van de oorspronkelijke vinylplaat) aangevuld met een extra track, zodat de cd ook nog interessant is voor wie de intussen hopeloos uitverkochte, want indertijd (in 2006) streng gelimiteerde, vinylplaat al op zijn schap heeft staan. er werd ook gezorgd voor een nieuw cover design; het schijfje zit in een stel deluxe mini album cardboard sleeves met close up gitaarfoto’s van martina verhoeven.
de ‘vintage guitar drones’ van fear falls burning bouwen drie zeer lange, atmosferische en bezwerende, veellagige dronescapes op van eindeloze feedback. ze zijn verwant aan post rock, kraut en kosmische muziek (denk aan de tangerine dream albums die ook vaak uit slechts twee 20-minuten lange composities bestonden, één per plaatkant). de derde, extra track, “dead wisdom” is afkomstig van dezelfde opnamesessies als de tracks die op de vinylplaat verschenen en duurt maar liefst 34 minuten (het had op zich een nieuw album kunnen zijn). een dromerig en contemplatief droneplaatje voor de liefhebbers.

source: dark entries