tf105, a review (3)

tonefloat is een buitengewoon nederlands label, waarbij je van alles kunt verwachten binnen zekere esthetische grenzen. dat soort gevarieerde, verrassende labels zijn voor breed georiënteerde muziekluisteraars (zoals ik) altijd een ware lust voor het oor. na een aantal hoogwaardige experimentele releases komen ze nu dan gewoon met de gelijknamige cd van march, die zich meer in de singer-songwriterhoek bevindt. maar zoals tonefloat betaamt is dat nooit een “standaard” singer-songwriteralbum. nu is maarten scherrenburg ook bepaald geen standaard muzikant. hij maakt deel uit van de experimentele post-rockformatie mercy giants en het langlopende the use of ashes. ondanks dat beide projecten recentelijk nieuw werk hebben gepresenteerd, vindt maarten toch de tijd om aan zijn soloplaat te werken. met gitaar, contrabas, piano, orgel, vibrafoon, banjo en andere instrumenten en geluiden creëert hij uiterst stemmige muziek, die lekker in het gehoor liggen. doordat het allemaal behoorlijk zwaar op de hand is, wordt het nergens een gemakkelijk album. het veelzijdige instrumentgebruik zorgt daarbij voor de prettige afwisseling en doet vermoeden dat er een voltallig ensemble aan het spelen is. maarten’s hese, maar herfstbruine zangstem gidst je daarbij moeiteloos door de landerige liedjes heen, die ook psychedelische, altcountry en folkelementen bevatten. in eerste instantie moet je denken aan de prachtige akoestische songs van pink floyd, zoals hun prachtige “julia dream”. maar door de dromerige, 4ad-achtige desolate sfeer komen ook associaties als red house painters, at swim two birds en het eveneens nederlandse the serenes bovendrijven. hoe vaker je naar dit album luistert, des te meer details je ontwaart. de subtiele muziek heeft iets mysterieus en geeft de geheimen in kleine doseringen prijs. ook om die reden weet deze muziek te fascineren. het album komt ook precies uit in de maand dat je maartse buien kunt verwachten. een prachtige soundtrack voor de lente, die niet te koud en ook niet te warm is, maar die als een biologerende bloemknop fris aan het ontluiken is.

source: caleidoscoop

tf111, a review (5)

op het rotterdamse tonefloat label verschijnen fraaie platen. dit is het tweede album van het gezelschap 3 seconds of air dat met slechts drie tracks ruim vijftig minuten beslaat en dus toch als volwaardig album door kan gaan. tot het instrumentarium behoren onder andere een ‘82 gibson les paul, een squier fretless jazz bass, een fender twin reverb ’65 reissue en vooral veel effecten.

dit leidt tot een plaat vol broeierige ambient en bijna hypnotiserende soundscapes. als is dat laatste woord wellicht ook niet helemaal op zijn plaats. we are dust under the dying sun voelt als een warme deken vol fraaie klanktapijten, maar één ding ontbreekt: spanning. het kabbelt allemaal lekker voort, maar wellicht net iets te lekker. verassingen en onverwachte wendingen worden node gemist. dat is, hoezeer het me ook spijt, toch een minpuntje.

source: live xs

tf101, a review (5)

“when the bleeding stops, the scars remain” is de indringende boodschap die je als pop-up krijgt te zien als je de site van maarten van der vleuten opent. van der vleuten is een nederlandse artiest die al sinds 1985 actief is met het maken van elektronische muziek in verschillende vormen (industrial, noise, experimentele muziek, house, ambient, techno) en onder verschillende aliassen. het is derhalve goed mogelijk dat je eerder namen als 48v, 48v phantom power, cliche, cryptic, d. huystee, dj dusk, dj g-spot, dutch department of techno, e144, e414, error 144, error 441, flash back, flux, frantic, g.s.g (glue sniffin’ gerald), gangrene, in-existence, integrity, maarten & tjeerd, major malfunction, m & m clan, mvdv, n.cantado, noise architect, the, orpheus,, party marty, phlux, pultec, tz 2, tz 7, v48, vandervleuten of zimt bent tegengekomen. allemaal draagt het zijn creatieve stempel. hij opereert alweer een tijdje onder zijn eigen naam en dat geeft helemaal niks. zijn nieuwste dubbel lp the scars remain is daar het dik gedrukte bewijs van. zoals gewoonlijk is zijn muziek geen lichte kost. ditmaal behandelt hij thema’s als fysieke en psychelogische littekens, zowel op individueel als groepsniveau al dan niet doorgegeven van generatie op generatie, waarbij hij onderwerpen als oorlogen en genocides, verlies, rouw en dergelijke aansnijdt. de eerste lp opent met “der tod ist keine himmel” meteen al op adembenemende wijze met industriële soundscapes waardoor je drumroffels, spookachtige klanken en de stem van de duitse evangelist anton schulte hoort. de toon is gezet. hij duikt erna de dark ambient in met veldopnames en allerlei vindingrijke details. je hoort onder meer militante drumroffels, fanfares, blaaspartijen, zingende monniken en af en toe zijn eigen stem die uit een parallelle realiteit lijkt te komen. zijn composities laveren tussen de genoemde industriële soundscapes en dark ambient in, maar neigen soms ook meer naar neoklassiek of meditatieve ambient. dit dubbelalbum is dan ook als een verhaal met verschillende hoofdstukken, waarbij de muziek op consistente wijze van karakter wisselt. de muziek is diepgravend en weet je dikwijls volledig aan de grond te nagelen. dat laatste zowel door de duistere, verbluffende schoonheid als het imponerende totaalgeluid dat je soms volledig lijkt te omhullen. referenties in deze zijn lastig, maar denk aan een caleidoscopische mix van test dept, the caretaker, towering inferno, human greed, machinefabriek, in slaughter natives, vidna obmana en pete namlook. maar eigenlijk moet je dit gewoon zelf ervaren. het tot de verbeelding sprekende werk is als die ene diepzinnige, aangrijpende film in de bioscoop waarvan je volledig stil valt. maarten weet dit enkel met geluid te bewerkstelligen, wat naast de sublieme muziek al een prestatie van formaat is. een prachtige soundtrack die zich diep zich net als de thema’s onder de huid nestelt.

source: caleidoscoop

tf106, a review (4)

het zou zo maar kunnen dat zijn zoon in nederland nog bekender is dan hijzelf. de brit dan geesin is namelijk een in amsterdam woonachtige, unieke muzikant en filmmaker. dat is hem ongetwijfeld met de paplepel ingegoten door zijn eveneens unieke muzikale vader ron geesin (1943). van hem heb ik lang niets meer vernomen, maar hij heeft al een meer dan indrukwekkende staat van dienst zowel solo als pianist bij the original downtown syncopators in de jaren 60 en als tijdelijk lid van pink floyd op hun spraakmakende atom heart mother uit 1970. daarnaast heeft hij met roger waters de geweldige cd music from the body uit datzelfde jaar op zijn naam staan. wat hem typeert is zijn unieke, onconventionele, humorvolle en speelse aanpak van muziek maken en componeren, die eigenlijk niet aan tijd, ruimte of genre verbonden is. hij experimenteert met tapes, veldopnames, elektronica en allerhande instrumenten om zijn geniale composities vorm te geven. met zijn nieuwste werk roncycle 1: the journey of a melody is hij sinds 1986 bezig geweest. het is een werk geweest dat alsmaar groeit, ingevroren en ontdooid wordt, geschuurd en geschaafd wordt en uiteindelijk gefinetuned. maar na 25 jaar is het ei dan toch echt gelegd. als je naar de cd luistert hoor je hoe groot zijn invloed op pink floyd geweest moet zijn, zonder dat die band hier nu direct een referentie vormt. het gaat meer om de vrije en ontwapende manier van componeren. ongetwijfeld zal hij voor zijn cd ook diverse psychedelisch ontbijtjes hebben genuttigd, maar deze muziek levert eerder voer voor je gedachten op. zijn “reis” van een melodie of melodielijn vormt de hoofdmoot. allerlei pakkende en dikwijls complexe ritmes en melodielijnen nemen je als het ware mee op een tijdreis van de jaren 60 tot nu. de geluiden waarmee deze tot stand komen variëren overigens, van orgelklanken tot percussieachtige geluiden. om deze lijnen drapeert hij zang of flarden ervan, stemsamples en muziek van diverse genres. zo hoor je folk, prog rock, rock in opposition, krautrock, psychedelica, jazz, brass, funk, minimal, elektro-akoestische muziek en orkestrale stukken. ron geesin gebruikt echter altijd kleine stukjes, waardoor er een muzikaal mozaïek ontstaat rond zijn reizende melodielijnen. de ene keer luchtig vol de nodige humor en op andere momenten duister, complex, surreëel en tot de verbeelding sprekend. zijn subtiel, muzikale patchwork heeft hier en daar raakvlakken met artiesten als the residents, pink floyd, camel, king crimson, birdsongs of the mesozoic, van der graaf generator, curlew, gilles gobeil, bonzo dog band, philip glass en ivor cutler, maar nooit voor lang en ook meer van deze tijd. geesin lijkt niet geïnteresseerd te zijn om een bepaald soort muziek te maken, hij volgt liever de lijn van zijn concept of in dit geval zijn melodielijnen van het verleden die hij in 16 integrale suites fraai tot bloei laat komen in het heden. muziek die als wijn de tijd heeft gehad om te rijpen en nu op dronk is. een uniek, fascinerend, groots en uiterst genietbaar luisteravontuur.

source: caleidoscoop

tf106, a review (3)

i wasn’t even aware that this chap was still making music. yet i suppose that’s probably a little naive as he strikes me as an artist that lives and breathes music 24/7 and that’s fairly evident in his sounds. he’s been creating since the 1960’s and as far as i’m aware his last commercial release was around twenty years ago. here ole’ ron has composed, played and recorded everything and it’s like a breath of fresh air in the current musical climate. edging from quirky and playful passages to more serious and somber moments, constantly evolving its the work of a true maverick. melodies play but seem never to repeat, always moving forward with bright instrumentation and virtuoso playing that never becomes too self indulgent. witness a true artist at work, still a radical creative force making truly joyous sounds. a wonderful surprise. lovely 180g vinyl in heavy duty tip-on sleeve with bonus cd copy of the album.

source: norman

tf052, a review (3)

justin k. broadrick, bij sommigen bekend van zijn metalen periode bij napalm death en godflesh, laat zich met final in met donkere elektronische soundscapes. dit is uiteraard niet gebeurd van de ene dag op de andere, want dit ‘project’ heeft zelfs een heel decennium in de ijskast gestaan eer de man het opnieuw in leven bracht. eerst was dat o.a. via een samenwerking met fear falls burning en nu is er het epische ‘the apple never falls from the tree’. de dubbel-lp herbergt verscheidene gevoelstoestanden, maar eigenlijk altijd aanwezig is zijn gitaarwerk door effectenbuizen, of het nu meer richting drone of korrelige noisescapes gaat. het is een reis op zichzelf geworden, heel mooi vormgegeven met dik, gekleurd vinyl en fotografie van lasse hoile.

source: dreun

tf111, a review (4)

3 seconds of air, dat is een minimaal, maar mogelijk toch heel belangrijk moment van verzuchting. dat zijn drie zielsverwante muzikanten met een voorliefde voor rudimentaire, instrumentale snaarsfeerschepping. dat is een belgisch project waarvan de tweede langspeler drie heerlijk lange en dromerige, maar bij momenten ook broeierige klankreizen bevat, één per seconde zuurstof.

martina verhoeven (bas), paul van den berg en vooral dirk serries (van vidnaobmana, fear falls burning en aanverwante gitaardroneprojecten) gaan steevast voor chemie. waar de debuutplaat van het trio met één centrale micro nog de magie van een live ingespeelde, onbewerkte sessie trachtte te vatten, zet het gezelschap voor het fraai getitelde ‘we are dust under the dying sun’ een stap verder. de eenmalige opname zonder na-editing is gebleven, maar ditmaal kregen bas, gibson custom (met fender rhodes effect) en de vingervlug aangespeelde gibson les paul elk een eigen micro aan de versterker om ook toevallige bijgeluiden uit te vergroten. het resultaat is een nog groter, realistischer livegevoel.

elk instrument speelt ook zijn eigen rol: de voor sfeer en grondkleur zorgende gitaartapijten van serries, de zwaar ronkende, maar ook glijdende baspartijen van verhoeven en de ogenschijnlijk willekeurige promenades die van den berg uit zijn galmend instrument trekt. dat leidt tot mooie interacties.

de nogal abrupt eindigende opener ‘when desolation strikes the eye’ laat zich leiden door een hardnekkig baspatroon waarover holle gitaarklanken gedrapeerd worden in een soort van licht contra zwaar-motief. het meer dan twintig minuten durende middendeel ‘in the dark ocean of agony and affliction’ laat de kleuren meer in elkaar overvloeien in een wentelende waas met veel feedback en minder structurele of thematische inhoud. desalniettemin gaat dit lange, plechtige sfeerstuk wel meer voor magie en mysterie.

afsluiter ‘ with storms to battle, when heaven rebels’, klokt af op een goed kwartier ambientminimalisme. een dualiteit van een mooi hoge, verlichte basistoon en een als contrabas aangestreken basgitaar, verglijdt langzaam en met voorzichtige dwarrelmotiefjes tot een industriële, dreigende impressie. ook hier blijkt weer weinig reden tot feestvreugde.

dit is best een heftige plaat. te beseffen wat op drie diepe ademteugen allemaal niet kan gebeuren. deze erg gestileerde, beperkte instrumentale muziek is zeker niet voor iedereen toegankelijk. qua intensiteit en emotie kan dit organische, permanent evoluerende schouwspel echter wel tellen. ‘we are dust under the dying sun’ zorgt voor mensen die open staan voor dit soort van sfeermuziek in elk geval voor een erg aparte, unieke ervaring.

source: kwadratuur

tf111, a review (3)

al ruim vijfentwintig jaar is de antwerpenaar dirk serries actief als muzikant. niet alleen solo als vidnaobmana, fear falls burning, microphonics of onder zijn eigen naam, maar ook vormt hij sinds een paar jaar als gitarist samen met bassiste martina verhoeven en gitarist paul van den berg het trio 3 seconds of air. dat er overeenkomsten zijn met de andere projecten van dirk serries en 3 seconds of air zijn, is natuurlijk onvermijdelijk. per slot van rekening is dirk serries een meester in ambiente minimale soundscapes en complexe maar subtiele drones. de instrumentale stukken van 3 seconds of air zijn ook minimaal, maar nu geen traag ontwikkelde klankclusters maar juist veel details in het melancholieke snarenspel. 3 seconds of air bestaat uit drie muzikanten die geconcentreerd naar elkaar luisteren en op elkaar reageren. overduidelijk is dit ook weer te horen op de nieuwe tweede cd ‘we are dust under the dying sun’ (tonefloat) van 3 seconds of air, hierop drie lange composities waar improvisatie, controle, spanning en beheersing de trefwoorden zijn.

source: dwars

tf111, a review (2)

following the 3ofmillions from last weeks there is now 3 seconds of air, but besides the ‘3’ all points of reference are off. ‘we are dust under the dying sun’ is the second cd by a trio with serries, the unstoppable, and guitar player paul van den berg and bassist martina verhoeven. recorded without overdubs and no editing, they present three long pieces of music that is hardly different from the one serries produces currently microphonics moniker, more than say fear falls burning. effectively and probably the most easy thing to say would that 3 seconds of air is an extended version of microphonics. the latter is solo guitar and the first two solo guitars and a minimal bass. all with a bit effects, to create those rich, singing overtones. three pieces in total here, and while i certainly liked what was on offer, i must admit i also had the feeling i was listening to three pieces of music that sounded pretty similar. that slow bass, those ringing sounds and occasional strums, the ebow used: i mean how many variations on a single theme could you do? especially ‘when desolation strikes the eye’ and ‘in the dark ocean of agony and afflication’ are very similar - ‘with storm to battle, when heaven revels’, now the closing piece, would have been better on the second spot i guess. having said, i must at the same admit i had this cd on repeat three times, totally immersed by its room filling qualities and spacious sound: the perfect backdrop to a quiet evening, reading a good book. so, perhaps that’s all that is required.

source: vital weekly

tf111, a review (1)

ce qu’il y a de bien avec le label tonefloat, c’est que les gens qui le dirigent ont parfaitement compris qu’un disque, c’était autant un contenu qu’un contenant. et vice-versa. que les deux étaient indissociablement liés et que donc que l’expérimental, c’était bien, mais si c’était pour le coucher sur un vague cdr avec boîtier cristal basique, cela n’avait en définitive que peu d’intérêt. et de fait, que ce soit sur les éditions cd cardboard sleeve ou pour très belles les versions lp de ses productions, les fear falls burning, porcupine tree, ron geesin ou les essais solo de steven wilson (le leader de pt), le label néerlandais veille systématiquement à faire les choses avec un souci aigu de la qualité...
a l’heure de sortir le deuxième album de 3 seconds of air, side-project de dirk serries aka mr.fear falls burning, le label ne change pas sa ligne directrice et offre un bel objet recelant trois nouvelles compositions du trio belge, flirtant ou dépassant systématiquement le quart d’heure de musique. musique justement qui se veut minimaliste et raffinée (“when desolation strikes an eye”), légère, ambient et propice à l’évasion des sens. on retrouve ici ce qui faisait l’intérêt du projet sur the flight of song, ces accords d’instruments qui viennent lentement hypnotiser l’auditeur, s’espaçant ou se rapprochant selon le niveau de conscience que le groupe cherche à lui faire atteindre. rock electro-acoustique d’ascète, le travail de 3 seconds of air n’est toujours pas mainstream, ne se laisse pas forcément appréhender aisément mais c’est aussi ce qui fait tout son attrait.
loin des conventions, sans se laisser enfermer dans un dogme artistique fatalement réducteur, le trio laisse ses mélodies, toujours aussi languissantes, prendre leur envol d’elle-mêmes (“in the dark ocean of agony and affliction”), travaille ses atmosphères et apporte un soin tout particulier à la production de ses compositions. sculpteurs de sons, les belges esquissent des tableaux musicaux aux panoramas intimistes, aux horizons incertains, s’imposant comme les paradoxes d’une musique où justement, tout simple parfaitement maîtrisé, jusqu’au plus infime détail. parce que l’oeuvre de 3 seconds of air n’est pas de celle dont on comprend instantanément les aspirations, pas plus que le groupe n’est clairement limpide dans ses intentions ; mais au fil des écoutes de l’album, le ressenti évolue et fait voir la musique des belges sous un autre jour. minimale toujours mais également fascinante pour peu que l’on accepte de s’y perdre...

source: w-fenec

tf105, a review (2)

keurig in smoking betrad march het podium tijdens het feestje van het platenlabel tonefloat ter ere van de honderdste uitgave, want bij een feestje hoort uiteraard feestelijke kledij. maarten scherrenburg had twee gastmuzikanten uitgenodigd om hem live te begeleiden met wat hij de laatste jaren uit zijn muzikale hoed had getoverd en dat nu te beluisteren is op een zwarte plak, welke op het bovenstaande label is uitgegeven. tijdens het concert wisselden de muzikanten regelmatig van instrument, om zo tot een afwisselende klankkleur te komen.

maarten sterrenburg speelt in de bands the use of ashes en mercy giants. march is een solo-project van scherrenburg. sinds 2005 heeft hij de nodige nummers gecomponeerd en opgenomen. een negental liedjes is te beluisteren op het titelloze album. march neemt de luisteraar mee in sobere lieftallige liedjes met akoestisch gitaar, piano, banjo en zang. het andere moment (deny me) neemt hij je mee in een spacy psychedelica met een heldere songstructuur, die sterk doet denken aan pink floyd. de stem van sterrenberg is niet altijd even krachtig, maar dat maakt de muziek juist kwetsbaar en persoonlijk.

het brede gebruik van instrumenten en geluid maakt dit eerste album van march tot een heerlijke luisterplaat. in structures and layers komt dit prachtig tezamen. het nummer start intiem met piano, akoestisch gitaar, geprogrammeerde drums, zang en meer. langzaam neemt de akoestische drum de electronica over en samen met de vibrafoon ontwikkelt het nummer zich in een open pulserende mood. dit concept komt terug in het nummer go to sleep, al is dit nummer op dusdanig subtiele wijze opzwepend dat de slaap op zich zal laten wachten.

source: ravage digitaal

tf105, a review (1)

echappé quelques temps en solo de mercy giants et the use of ashes, deux formations néerlandaises signés chez tonefloat recordings, prog-rock pour l’une et psychédélique pour l’autre, marteen scherrenburg est un songwriter qui livre avec march son premier disque solo. une oeuvre folk, acoustique, parfois légèrement jazzy, d’autres fois plus prog, incluant par moments des éléments électroniques, pour un résultat, intimiste et dépouillé. paradoxalement assez riche également, emmené par des arrangements subtils et une voix doucement feutrée, l’album est une constellation de petites merveilles folk désenchantées portée par une mélancolie à fleur de peau (“when i see you”, “try not to hide”). mais pas que.
l’homme sait également varier les tonalités, notamment sur le très jazz “structures and layers” ou le minimaliste “you left”. quelques accords de guitares épars, un chant réduit à sa plus simple expression et cette mélodie à fleur de peau qui scintille dans l’atmosphère, marteen scherrenburg parvient à faire naître quelque chose avec peu de moyens, une économie d’effets délibérée qui rend son travail encore plus vibrant. comme sur le très beau “think about yourself girl” aux ambiances d’americana feutrée et crépusculaire, ou “wintertime” sur lequel il laisse cette fois le chant prendre le premier rôle, avant de s’effacer de nouveau derrière les instrumentations pour les deux derniers morceaux de l’album. toujours avec la même élégance dans le songwriting... classe.

source: w-fenec

tf053, a review (1)

it’s been a few years in the making, but this winter, the grand retrospective vidna obmana box was finally finished and released. it contains a representative selection of the music dirk serries made under this name in the ambient period of the project. it is always a pleasure to dive into a release of such a scale, to take the journey and see what you’ll find along the way. in the case of chasing the odyssee, as in many good stories, it is the journey that counts for at least as much as the destination.

the first two records are dedicated to gentle ambient works from the period between 1987 and 2000, encompassing a series of albums on – among others – projekt records, including classics like the river of appearance and crossing the trail. two modes dominate here: that of the somewhat ethnic sounding rhythmic tracks such as “encountering terrain”, and that of the pure synth flows like the beautiful “in hollow embrace” and the dark “the ominous dwelling”, both tracks that get maximum emotional effect from their minimal form.

the second set of records is dedicated to four opera in which serries collaborated with other musicians to create a fusion of sounds. the first one featured is echoes of steel, where he is joined by the acoustic guitar sounds of dreams in exile. the result is a stunning waterfall of melody, where the natural timbre of steel-string acoustic guitar is morphed subtly and combined with synths to create a rich and dreamy soundscape. this strategy applies to all of these aptly named fusion works, where the instrument used by the collaborator forms the prominent ingredient for compositions that are subtly drawn into ambient territory by serries’ manipulations. the second part, phrasing the air features bill fox on soprano saxophone; reflecting on scale treats piano with kenneth kirschner, and the final opus is the bowing harmony with steven wilson on (abstract) vocals.

the fifth and sixth lp are dedicated to twelve selections from the seminal dante trilogy, the albums entitled tremor, spore, and legacy. on these works, released between 2001 and 2004. serries took many of the defining elements from various periods of vidna obmana, and forged them together into a magnum opus. combined, this makes for a range of highly varied ambient of a generally dark and obscure atmosphere. sometimes it is rhythmic, both in an ethnic way and more electronically. at other times, waves and soundscapes dominate, enhanced by various natural sounds and other effects. flutes, guitar, voice, and percussion are all used in the process.

lp number seven contains a selection of five exclusive live recordings from between 1997 and 2003, again giving a rough overview of different periods of vidna obmana works. the sound on these recordings is very clear and gives a representation of the live sound of the project back when it was still active.

the final record, the only one to play at 45rpm, contains more exclusive material, in the form of two remixes of “out from the garden reminded” by justin k. broadrick. side a contains the jesu version, an upbeat version with a funky rhythm, a touch of heavy guitar here and there, and in general a great track to listen to. it brings out the original melody in a bright new way that really adds something to this collection. the last track of the entire box, perhaps appropriately, is the final remix of the same track. this time, broadrick takes us far into ambient territory again by stripping down the song to floating organ-like tones, taking us deeper and deeper, as a fitting homage to serries’ talent of handling minimalism.

that brings me to the general conclusion. based on the vast collection of music on chasing the odyssee, what is most remarkable from all the songs here, is that serries is a master of handling minimalist compositions in such a way to create strong emotional effects and atmospheres, and even richness of sound, while at its core, each track is based around a small, modest motif. this, of course, is a talent that has near limitless uses, and it is no surprise – not to mention a blessing for us listeners – that serries has made the most of this talent for over 25 years now.

with its 5+ hour collection of tracks, a wonderful 12×12″ booklet with photographs by dirk’s wife martina verhoeven, and excellent liner notes by tobias fischer of tokafi, this box is a testament to that talent. loving selected and curated, it has the double edge to on the one hand appeal to those who are new to the project, by providing an excellent overview of many of serries’ ambient works, and for a price that is peanuts in comparison to the content. for the vidna obmana veterans, this beautiful set could very well be the crown of a collection, not to mention bringing interesting new material to the board on the last two lps. in short, a true achievement for dirk serries and tonefloat, and a release to cherish.

source: evening of light

tf109, a review (2)

3 seconds of air zal 25 maart hun tweede album we are dusunder a dying sun presenteren in theater luchtbal te antwerpen. het trio bestaat uit bluesgitarist paul van der berg, bassiste martina verhoeven en dronegitarist dirk serries. hun eerste album is opgenomen in een kapel in brecht tijdens een weekeinde in februari 2009.

de muziek van het album the flight of song ontwikkelt zich traag. op de promo 7” is sprake van meer muzikale progressie. niet dat dit per se nodig is, want de trage drones op the flight of song zijn dusdanig intens dat het een waar genoegen is om opgenomen te worden in deze warme muzikale deken. de gitaarpartijen op we are dusunder a dying sun zijn meer afzonderlijk te onderscheiden en vloeien minder in elkaar over, al sluiten ze wel op elkaar aan. maar goed, het zijn slechts zeven minuten die een tipje van de sluier oplichten. hoe de muziek zich verder zal laten klinken, zal een aangename verrassing worden in theater luchtbal.

source: ravage digitaal

tf106, a review (2)

ron geesin is vooral bekend geworden aan zijn bijdrage aan het album atom heart mother van pink floyd. hij was verantwoordelijk voor de orchestrale partijen van het gelijknamige nummer van deze elpee. later heeft hij zich verder ontwikkeld en diverse albums uitgebracht, waarin soortgelijke muzikale experimenten te beluisteren zijn. ron geesin heeft 25 jaar gewerkt aan roncycle1 - journey of a melody. in 1986 is hij begonnen aan this monster from the deep met de werktitel whatever you fancy next. in 1999 veranderde hij het in de huidige titel.

wanneer een kunstenaar zolang aan een stuk werkt is de kans groot dat het werk dusdanig wordt herkauwd dat de smaak is verdwenen. zeker met de complexe melodielijnen en ritmestructuren in de zestien stukken, die naadloos in elkaar overlopen, wordt de kans nog groter dat de emotie binnen de muziek ver te zoeken is en dat het met name gaat om virtuositeit en techniek. al helemaal als een groot deel van de muziek gemaakt is met digitale instrumenten. bewerkt in de de computer bestaat de kans dat de muziek op de milliseconde muziek wordt geperfectioneerd.

vanwege de complexiteit heeft het enige tijd geduurd voordat de muziek op whatever you fancy next mij te pakken kreeg. easy listening is ver te zoeken in deze melodieuze reis. het album bevat uiteenlopende sferen, van minimal tot filmmuziek voor thrillers, van complexe jazzy structuren tot barok en folk, van progressieve rock invloeden naar electronische experimenten met stem en radio.

het nummer whether the weather is een prachtige collage van diverse radiostemmen die ons trakteren op het weerbericht, ondersteund door orchestrale synthesizerpartijen. een bijzondere reflectie op de great british transfixation. glijdende pianopartijen, met op de achtergrond bewerkte zangpartijen, gaan over in ingewikkelde jazz-achtige partijen met een schreeuwende saxofoon.

ik kan zo wel doorgaan, maar beter is om het conceptalbum zelf te doorgronden. het meest bijzondere aan deze cd is dat ondanks de verschillende opnametechnieken in de loop der jaren en de persoonlijke ontwikkeling van ron geesin zelf, het album als één geheel klinkt en staat als een huis.

source: ravage digitaal

tf096, tf104, a review

the idea of creative ambition relating to perpetual progress is somewhat exclusive to music. david lynch certainly hasn’t come under too much fire for repeatedly returning to the claustrophobic world of eraserhead, while his italian colleague fellini used to quip that he was essentially shooting the same movie each time. writers like phillip roth, paul auster and even shakespeare or jane austen were precisely lauded for their ingenious ability of approaching all but identical themes from a plethora of fresh perspectives. and it was only when artists like mondriaan, haring and escher discarded experimentation to arrive at a personal and recognisable script that their work began to command widespread attention. in music, on the contrary, the consensus generally seems to be that artists fall into one of two categories only: those that have signed their name in favour of re-inventing themselves with each new album. and those formulaically recycling the same chords, melodies, sounds and ideas. it is a creed sadly adopted from the times of the 19th century romantics, when the notion of maximalism ruled supreme and composer were outbidding each other in their strive for undiscovered chords and unprecedented structural extremes. and it has made appreciation of a cycle like microphonics difficult for those charmed by its ideas.

one could even go as far as to claim that it has even made life hard on its creator. both his previous projects, vidnaobmana and fear falls burning, had dirk serries constantly renegotiating borders, as he took their fabric to the limit. with microphonics, the search for renewal hasn’t been called off. but it is now taking place within a different set of paradigms. the „old“ - in this case, meaning the sober and minimal arrangements and looping techniques of his mid-phase ambient work – is allowed back in as a tool for the expression of timelessness and beauty, while the „new“, is now to be found in the exploration of an already defined sound. one could compare this approach to the mastery of japanese craftsman hatori hanso in quentin tarrantino’s kill bill. hanso may be manufacturing seemingly identical swords. but each one nonetheless comes equipped with a unique personality of its own. what this means is that it is only the outward form of the sword which is perfect and change, now, must consist in focusing on the alloy of its metal and the perfection of the balance between the blade and the handle. there is never an end to this process, neither in sword-building nor in sound: while hanso’s dreams of the ultimate weapon is bound to falter in face of the imperfections of his working tools, serries’s quest for the best of all drones is both kindled and hampered by the fragile fabric that has remained the main inspiration for his oeuvre: human emotion.

and thus, his latest releases are to be seen less as successive entries in a traditional discography but rather as different coordinates within a musical cube defined by sound, space and time. it doesn’t take a degree in quantum physics to understand that this immediately disqualifies the typical gauges of the music industry: early entries may occasionally seem more „advanced“ than later ones and themes may re-appear on various records. perhaps, in this regard, it helps to think of microphonics as a single, epic and open-ended album. those who have witnessed serries take the concept to the stage have already been able to discover that this only seemingly static concept, by reducing the focus on an extremely reduced set of elements, has merely opened up listeners’ attention to far more subtle factors: the quality of the floor serving as a resonance board, the dimensions and characteristics of the concert hall, the tactile interaction with the audience, the artist’s mood and predilections on that particular day as well as the way the materials – which, as part of an interactive system between serries and his loops, take on a life on their own – turn out to be malleable to his will and intentions. sitting at the back of his recent gig at münster’s tiny but well-attended black box club for experimental sound art, i was certainly surprised by the heavy bass vibrations emanating from the amps, veritable thrusts of deep, stomach-hitting frequencies intermittently cutting through the fragile web of melodies and harmonies floating in the air. it was as much a tender performance as it was a discomfiting one – and further proof of the fact that there was still plenty of explorative headroom left for the future.

just how discrete the nuances between episodes in the microphonics-cycle can be is adequately demonstrated by microphonics xiv, recorded during a performance at the kinky star club in gent, belgium and now released in three limited runs of gold, silver and white vinyl: quite clearly, the first half of the performance is a new take on microphonics xii, performed during this year’s european tour in april, while the finale premieres thoughts which would later be reworked in serries’s soundtrack to dutch photographer and video artists jan-kees helms’s aquamarijn-film. in both cases, these different parts are not so much improvements, developments, sketches or (least of all) remixes as they are variations on the aforementioned dimensions of the cube: time, space and sound. this is most apparent with regards to microphonics xii, separately available as a 10inch, since it was realised in his home studio just outside of antwerp and therefore instructively demonstrates the impact of location and mood. essentially, the thematic sources are all but the same for both (with merely microscopic details separating the main themes), with these pieces comprising of nothing but a sustained ground drone, two chords, a continued series of broken guitar pickings as well as a handful of interrelated melodies. but while xii conveys feelings of isolation, sorrow and sadness corresponding to the solitary ambiance of a private concert, its live pendant is marked by an air of calm, grace and majesty, expressing itself foremost in the carefully measured, slowmotion unfolding of the individual layers – the opening section alone, in which nothing but a few long notes gradually merge into a single, suspenseful tone, takes up several minutes, after which the tempo, if anything, only decreases even further.

the usual atmospheric frequencies distinguishing a studio- from a live-performance are only one part of the equation, however. the other is a technique perhaps best described by the term „lateral variations“: the shifting and juxtaposition of motivic loops in a way that makes them seem like an endless, infinitely intricate improvisation on small melodic cells. compared to the soundtrack-work of fear falls burning, these cells remain clearly audible over time rather than integrating into a tight web of lines, and thus provide for hooks, which the listener can latch onto as the music progresses. at the same time, they are engaged in a merry-go-round with other inventions, creating new patterns, which can, in turn, serve to propel the piece slowly forward like a tiny toy ship in a bath tub. thus, while the music remains locked in a tightly delineated field of sound, mood and themes, not a single moment is quite the same. as a result, these pieces allow the listener to perceive time as an organising principle and as a being related to space - it is only when the hunger for progress has been satisfied that one is free again to perceive reality as it really is.

which is why, next to more obvious associations with the blues and ambient, these pieces can be seen as spiritual brothers of the kraut-philosophy, which, albeit for slightly more esoteric reasons, did not believe in the separation of astral and physical realities: a few minutes can seem like an eternity here. no wonder ash ra temple called one of their most intimidating and immersive tracks, off 1973’s freak n roll, „jenseits“, referring to the most time- and space-less state imaginable, that of the afterlife (the original german title actually also translates to „beyond“, still containing the spatial references of the term). it is this aspect of his work that can only be achieved by rooting the music in the moment and resisting the temptation of transferring them to the tightly clocked, artificial and clearly boxed time of sequencers. perhaps one of the most telling differences between fear falls burning and microphonics are the beginnings and endings of the tracks: while the former would open with a sudden, ferocious blast of sound and end with serries pulling the plug of his amps, the latter features some of the most extensive fade-ins and fade-outs imaginable, signalling, if anything, that they could just as much have started hours ago and could potentially go on forever. it is a feat acknowledged by the typical ending to a microphonics-concert: the artists disembarks the stage, leaving his instruments and loop-pedalds, turning into an outside observer and awarding all credit to the music alone.

what do singular albums mean in a body of work so attached to the notion of flow, flux and mutability? they are markers, signs along the path, invitations to join in. you may not need them all. but for those looking for suitable entry points into a cosmos of continually growing dimensions, these two releases make for ideal candidates.

source: tokafi

tf100, a review (3)

tonefloat, das label mit dem ganz eigenen standard für veröffentlichungen und coverdesign (und dessen ausführung) feiert den 100sten release. bei all dem, was das label in den letzten jahren geleistet hat, stellt sich da natürlich noch viel mehr als sonst die frage: was kommt denn damit auf uns zu?

nun, es wird dezent und pointiert; gleichzeitig zurückhaltend wie angemessen aufkackend; sympathische selbstsicht und -darstellung; irgendwie: zunächst einmal gibt es das festival in tilburg, niederlande, im intimen paradox (telegraafstraat 62). mit ron geesin, march, sand snowman, astralasia, the use of ashes und dem (meines wissens ersten) live-outing von dirk serries neuesten projekt the sleep of reason (dirk serries zusammen mit yellow6’ jon attwood). dazu, als vö #100, eine doppel-10“ mit exklusiven stücken einer art collagierter tonefloat-all-star-band, zusammengestellt aus den bands und projekten, die, wie es das label selbst ausdrückt, tonefloat ihren stempel aufgedrückt haben. und diese doppel-10“ erscheint dann passenderweise nicht einfach in einem der schönen carl glover cover sondern gleich in einem ganzen buch, das die bisherige geschichte des labels aufarbeitet und einblick in den (in der vergangenheit auch schon mal ruckeligen) bisherigen vö-rhythmus bietet sowie echte rock’n’roll geschichten von zerstörten mastern usw. zu erzählen weiß (die bekanntermaßen auch dort passieren, wo die musik eine andere sprache als diese spricht...).

und so spricht sie auch auf dieser vö: eine reise über sieben tracks zwischen experiment und instrumentalem flow, mit anklängen von prog, mit fast kammermusikalisch intimen akustischen konzentrationen, auch mit (für mich überraschend) fast houseartig groovender rhythmik: die #1, eine gleichzeitig gespenstische und entspannte proklamation gleich am anfang, mit gitarrenfragmenten neben flöten und eben einer stimme, die in den bann zieht, raum lässt und trotzdem gleichzeitig so etwas wie der dreh- und angelpunkt des stücks sein kann; die #2, ein kurzes intermezzo, geprägt durch (akustik)gitarren, das das auf dem (entspannten) sprung befindliche verharren der #1 als intimes kammerspiel ablöst, durch den einsatz der flöte (auch wenn diese nun fassbarere motive aufgreift) aber eine starke verbindung zum vorhergehenden behält; die #3, erstmals mit (zurückhaltendem) rhythmus in ein weitstreichendes feld chorartigen gesangs führend, umspielt von akustikgitarren und appregios, sowie einzelnen atmospherics aus den händen der experimentelleren klientel des labels. #4 dagegen setzt zunächst auf ein extrem puristisches klangbild, die akustischen gitarren klingen unverfälscht; der kurz darauf einsetzende gesang läutet dann die schleichende veränderung ein; leichte effekte/veränderungen der abmischung, hintergründige breaks und das erweitern der instrumentalen palette... ...und am ende fast das horrorartige hörspiel. und dann der härteste break: zunächst, als verlorener, verhallter akkord noch an die #4 anknüpfend, sofort trockener werdend und los: electronic beats, house. mit ergänzungen, wie in diesem kontext ungewohnten gitarrenlinien gegen ende, die im sound schon in richtung #6 weisen, der track, der vielleicht so etwas wie das fazit der andeutungen aus der #2 und der #4 darstellt, dabei bezugnehmend auf die atmosphäre der #1. kompliziert? nur in diesen worten; entspannt atmosphärisches, kammermusikalisch und „akustisch“ (vom sound) geprägtes instrumentalwerk. und schließlich noch der abschluss, soundlich und von der atmosphäre wieder in dunklere gefilde gleitend, mit einem gebetsartigen, zur unverständlichkeit gemischten sprechgesang und einem auslauf ins nirvana... ich bin gespannt, ob sich da live, auf dem festival, der ein oder andere hinreißen lässt, diese kombinationen auch dort zu wagen...

abgefahrenes, in der kombination der bilder eigentlich völlig absurdes, dennoch gleichzeitig unerklärlicherweise treffendes cover der ankündigungen: kalaschnikov und germanium, efeu und ahorn (...nun, vielleicht sind es doch nur ein paar transistoren und nicht das fuzz-wichtige „g“...)

source: unruhr

tf101, a review (4)

in kurz: trip. in lang: der ganz eigene charakter von maarten van der vleutens musikalischem konzept auf “the scars remain” ist schon mit dem cover zu erahnen: 2 x 1, die zusammen gehören oder eine doppel, die einfach “nur” eine neue version des doppel-lp covers ausprobiert?

ungefähr das kam mir als erstes in den sinn, als ich diese platte das erste mal in den händen hielt. noch vor der frage, wer maarten van der vleuten eigentlich ist und was er bisher schon gemacht hat. und vor allem: was er hier tut.
zum beispiel gleich auf der #1, wenn ein niederländischer künstler den opener “der tod ist keine himmelsversicherung” nennt und dafür snippets von reden des evangelisten anton schulte collagiert. in einem stück, das wie ein arktiswind erscheint, dessen urkraft dann aber auch noch militär-snares und streicherloops zur seite gestellt bekommt. plus so etwas wie fieldrecordings einer schlacht im 18. jahrhundert. und wahrscheinlich ist das auch als einstimmung gedacht; auf das thema des albums “the scars remain” und deren möglicher herkunft aus krieg, kampf, etc. “drumfires at smallwater” und “kriegslied” tragen diesen hinweis schon im titel, im innencover ein bild von (vermutet) WWI-soldaten bei irgendeiner (nur vom militär so schräg zu erwartenden, surreal, angsteinflössend wirkenden) festlichkeit. und wenn man einmal auf der schiene ist, kann man den industrial-style-rhythmus der #2, “bury me among the dogs (51.660927, 5.296464)” auch als marsch-rhythmus lesen; innerhalb einer gespenstischen, nebeligen szenerie vorwärtsschreitend, aber gleichzeitig gefangen in der unwirklichkeit. auf “a.xx.viii.mclxxxxi” (datum einer schlacht?) lässt maarten van der vleuten dann die truppen endgültig los: fanfaren, chöre, irgendetwas hymmnisch skandierend, das durch den loopartigen charakter des stücks ins absurde getrieben wird (und, vermutet, in genau diesem sinne gemeint ist). “sh_ift” und “another man’s suffering is easy to bear” gehen musikalisch ins intimere, ohne die verstörende atmosphäre auch nur im geringsten zu befrieden; vor allem letzteres dabei fast wie ein vorgezogenes requiem, versunken in der trauer um die verlorenen; autistisch allein und ohne hoffnung. “drumfire at smallwater”, faszinierend in dem clash der collage; elektronischer rhythmus, militär-snares, trompeten und gregorianischer mönchsgesang; fast alles durch eine nebelhafte hallwand gleichzeitig entrückt und trotz der gegensätzlichkeit der elemente verwoben; unglaublich in seiner paradoxen stringenz. “kriegslied” bezieht dagegen möglicherweise wieder eindeutiger stellung und geht fast als soundtrack durch; der heldenhafte pathos durch die setzung der elemente mit einer schicht schwarzgrauen verfalls überzogen. gefallen, bevor die schüsse es sind. das folgende titelstück könnte im kontrast kaum stärker sein: fast totenstill, allein eine unstet wieselnde textur aus transparenter elektronik und das psalmodieren über die unmöglichkeit geschehenes ohne bleibende spuren hinter sich lassen zu können. und auch die beiden letzten stücke, “with sorrow he wept” und “burden” nutzt maarten van der vleuten als träger von botschaften. und mit blick auf den titel der platte und die dieser letzten stücke ist es auch logisch, dass die konkrete(re) botschaft sich am ende ballt; als fazit, als zusammenfassung, als folge der erkenntnisse zuvor. in beiden fällen mit entsprechender musikalischer haltung; keine musik für den siegestaumel, allein für die dunkle seite...

unglaublich tief, unglaublich gut.

source: unruhr

tf101, a review (3)

van geheel andere orde is de dubbel-elpee the scars remain van maarten van der vleuten. in vier delen verhaalt hij over wonden die worden geslagen door psychologisch of fysiek geweld, zowel in het persoonlijke leven als door de genocides aan het begin van de twintigste eeuw. trauma’s hebben invloed op het leven van het slachtoffer en kunnen leiden tot klachten als ptss (post traumatisch stress syndroom). veel mensen met ptss-klachten geven een deel van hun pijn weer door op hun kinderen door de gespannen omgeving waarin zij opgroeien of door de wijze waarop hun ouders reageren op situaties die vergelijkbaar zijn aan de traumatiserende gebeurtenis.

maarten van der vleuten is al jaren actief als producer van dance-muziek. voor het label tone float maakt hij muzikale uitstapjes. dit is zijn tweede release bij het label dat garant staat voor kwalitatieve muziek. het werk van van der vleuten is claustrofobisch, gelaagd en afwisselend. soundscapes nemen de luisteraar mee in de donkere krochten van de psychologische pijn en angst van het slachtoffer van oorlogsgeweld of het individu welke lijdt door de gebeurtenissen die hij of zij heeft meegemaakt.

als schril contrast staan de composities met tromgeroffel en blazers die met een hoog militaristische kracht vrolijk voortmarcheren. voortglijdende drones en synthesizers zorgen voor meditatieve momenten. de muziek ontwikkelt zich steeds angstaanjagender en gewelddadiger. elementen van het meedogenloze zoals in de muziek van laibach zijn snel gelegd, maar het is minder militant en milder dan het werk van deze theatrale muzikanten. de muziek van van der vleuten wordt meer en mreer apocalyptisch; de last van de pijn blijft, de lijdende persoon is op zoek naar steun en vraagt zich af hoe hij kan omgaan met het leed dat hem is aangedaan. the scars remain windt geen doekjes om de gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen op het mensenleven en vertaalt op indrukwekkende wijze hoe mensen dit beleven en ermee omgaan.

source: ravage digitaal

tf100, a review (2)

kijk, een label als excelsior is natuurlijk (helemaal voor nederlande begrippen) hartstikke tof en heeft in de loop der jaren flink wat rake releases uitgebracht. toch zal ik me niet zo snel lid worden van de supportersclub die ze opgericht hebben om hun releases nog beter aan de man te brengen. begon tonefloat-oprichter charles beterams zo’n fanclub, dan zou ik geen seconde twijfelen. in de afgelopen vijftien jaar heeft deze rotterdammer met precies 100 initiatieven onder de vlag van zijn label een kwaliteitsniveau behaald dat bijna eng is. liefdevol en bijna ambachtelijk bracht hij prachtige (vinyl)-uitgaves van vele steven wilson-projecten uit en ook dronemeester dirk serries is hier kind aan huis. binnenkort verschijnt er zelfs een cd van ron geesin, het brein achter pink floyds atom heart mother. ter ere van het honderdste tonefloat-release dat komende zondag in paradox in tilburg gevierd wordt hebben enkele van artiesten die onder de vlag van tonefloat hun releases uitbrengen de handen ineengeslagen onder de bezielende leiding van steven wilson die de boel coördineerde. en als wilson zich ergens mee gaat bemoeien dan weet je zeker dat er in ieder geval op muzikaal vlak geen half werk geleverd wordt. dat is hem een eer te na. sand snowman, theo travis, steven wilson, moonswift, dirk serries, peter van vliet en maarten van der vleuten hebben in wisselende samenstelling zeven songs geschreven en opgenomen. songs die balanceren tussen psychedelisch, folk, drone en ambient met het bijna beangstigend prachtige “like charcoal” als hoogtepunt. de drie kwartier muziek die tf100 laat horen is een staalkaart van alles waar tonefloat voor staat: kwaliteit. ik dacht even dat tf100 verscheen in twee versies. een gelimiteerde oplage van 700 stuks waarbij de vinyl-schijven verpakt zijn in een prachtig vormgegeven boek waarin een overzicht gegeven wordt van alle 100 tonefloat-projecten, en een ‘normale’ versie. maar gelukkig wordt hier niet aan concessies gedaan: er is alleen maar het prachtige feestpakket. onder het stukje op de tonefloat-site staat buy!. lijkt me een uitstekend plan.

source: fileunder

tf100, a review (1)

gelukkige verjaardag tonefloat! de ondergrondse platenfirma met een duidelijke voorliefde voor dromerige, semi-elektronische kwaliteitsmuziek heeft honderd releases op zijn cv staan. dat is best bewonderenswaardig, want veel van het gepresteerde werk mag niet enkel op conto van één drijvende kracht toegeschreven worden (“crazy diamond”), maar de vaak gelimiteerde, wereldwijd beschikbare producten van dit label zijn ook heuse hebbedingetjes voor muziekfetisjisten.

‘tf100’ bewijst dat tonefloat een goede thuishaven is voor een boel betekenisvolle artiesten. voor de honderdste release hebben ondermeer klanktovenaars als dirk serries (vidnaobmana, fear falls burning), steven wilson (porcupine tree), theo travis (soft machine legacy) en maarten van der vleuten (in-existence, major malfunction) de handen in elkaar geslagen voor een uniek samenwerkingsproject dat zeven leuke, muzikale parels oplevert.

in pure magie, zo opent deze verjaardagsplaat. hoog akoestisch getokkel, metaalachtige achtergrondgeluiden en de holle, serene stem van steven wilson zorgen voor een mysterieus, harmonieus geheel. meer en meer klimmen achtergrondgeluiden van fluit, galm en gitaardrones naar voren om de eerste track een dromerige, instrumentale tweede versnelling te geven. en dit feeërieke karakter houdt nog even stand. de eerste twintig minuten van dit album klinken erg atmosferisch en dromerig dankzij veel echo, galm en bijgeluiden.

halverwege de verjaardagsplaat komt de ontnuchtering. ‘pale ghostlike friend’ is een akoestische folkballade die nog wel een zweverige samenzang kent, maar tegelijkertijd een oppervlakkige, heldere productie heeft. het ritme van een tikkende klok kondigt diep meanderend gitaarwerk aan, als voorbode dat het tijd is om stilaan uit de droomtoestand te ontsluieren. buitenbeentje ‘through the eyes of the duck’ krijgt een droog, uptempo techstepritme mee en aanvurende baspulsen, waartussen duistere pianoakkoorden zweven: een stukje benauwende minimal techno.

ook al mag er nadien weer duchtig gefantaseerd worden, de magie lijkt wat zoek. het lange, themaloze ‘song for john fahey’ sleept zich voort op dwarrelende harptokkels en holle windgeluiden en haalt daar zelfs weinig toepasselijke, slidende gitaarakkoorden bij. dan scoort afsluiter ‘murmlefish’ van dirk serries en maarten van vleuten beter door in een waas van mysterieuze tonen te blijven hangen waar blazers, een stemmend symfonisch orkest en murmelende stemmen in te ontwaren lijken maar niets is wat het lijkt.

‘tf100’ gaat verder dan een titel als ‘verzamelplaat’, dat is zeker. ook al wisselen zowel samenstellers als sfeer en uitstraling van elk van de zeven tracks, toch blijkt dit album min of meer een consistent geheel dat helemaal beantwoordt aan het gevoel van andere tonefloat-releases. zeker weten dat het hier om een collectoritem gaat!

source: kwadratuur

tf101, a review (2)

nederlander maarten van der vleuten heeft de afgelopen twintig jaar zijn sporen verdiend als producent van elektronische muziekstijlen zoals ambient (house), trance, house, techno of acid en dat onder al even veel alter ego's. in-existence, flux, major malfunction of cryptic: het zijn maar een willekeurige greep projectnamen. onder eigen naam vindt hij voor de tweede maal onderdak bij tonefloat, met als resultaat een gelimiteerde dubbele vinyl. net als 'high intolerance towards low energies' kiest hij op 'the scars remain' voor aardedonkere, claustrofobische soundscapes, maar ditmaal worden de donkere thema's inhoudelijk uitgediept. de littekens in de titel verwijzen daarbij zowel naar persoonlijk lijden en letsel als naar historische gebeurtenissen zoals kruistochten en genocides. dat laatste verklaart waarom van der vleuten kiest voor religieuze en martiale referenties. door de militaire snaardrums in bijvoorbeeld 'a.xx.viii.mclxxxxi' is er niet veel nodig om in the nursery voor de geest te halen. 'drumfire at smallwater' linkt, door samples van gregoriaanse gezangen, die martiale soundtracksfeer met het vroege werk van raison d'etre. ook het niets aan de verbeelding overlatende 'kriegslied' illustreert dat van der vleuten niet alleen liefhebbers van dark ambient en labels als cold meat industry, cyclic law of cold spring moet kunnen overtuigen, maar ook fans van martial industrial à la sopha of het vroege werk van der blutharsch moeiteloos kan plezieren. het moge duidelijk zijn: op 'the scars remain' overstijgt van der vleuten zichzelf. een verrassend huzarenstuk!

source: gonzo circus